Broodje aap?  (“Het oog wordt beter als ik ouder word”.)

Waar ik ook kom, er is altijd wel een moment dat ik het genoegen heb bij een gesprek te worden betrokken waarbij het over contactlenzen, brillen of ogen gaat. Er zijn dan altijd vragen en onduidelijkheden die men dan heeft, maar vooral ook veel vooroordelen of algemene aannames die als broodjes aap door het leven gaan.

Zo gaat er het verhaal rond dat naarmate we ouder worden onze ogen weer beter worden. Broodje aap, of niet?

Ik zal bij het begin beginnen. Onze ogen hebben plus-sterktes bij de geboorte en meteen ontwikkelen ze zich. En net zoals ons lichaam groeit ons oog ook. Door die groei verandert de sterkte van plus richting de nul. Maar als het verder doorgroeit kan je min-sterktes krijgen. Dit valt dan prima met brillen, contactlenzen of nachtlenzen op te lossen.

Dan slaan we heel wat jaren van puberen, scholing, werk, kinderen etc. over en gaan we naar het moment van midlifecrises, grijze haren en te korte armen. Dat is het moment dat het oog minder in staat wordt om op de korte afstand scherp te zien. Het welbekende leesprobleem klopt dus aan. We hebben dan extra hulp nodig om dichtbij scherp te kunnen zien. Daar zijn dan toeslagen in de glazen/contactlenzen voor nodig met plus-sterktes.

Nu gaan we uit van de mensen waarvan de ogen min-sterktes hebben. Wat we allemaal weten is dat als we min hebben en daar plus bij optellen we weer naar de nul toe gaan. Dus onze ogen worden dan beter. Ja! Maar wel alleen voor de korte afstand in dit geval. Dus schijn bedriegt.
Min ogen zijn namelijk prima in staat om (in meer of mindere mate) op korte afstand scherp te zien. Deze ogen zijn eigenlijk “leesogen” en hebben nog altijd sterkte voor de verte nodig. Dus de ogen zijn op dit moment nog niet beter geworden helaas.

Dan kan je je geld nog inzetten op (+/-) 30 jaar later. Kinderen zijn al lang uit huis, grote kans dat je opa/oma geworden bent, we gaan wat kleiner en gelijkvloers wonen en de ogen zijn wéér aan het veranderen.

Maar nu verandert er binnenin het oog wat. De ooglens in dit geval groeit in zijn kapsel en kan dusdanig van vorm veranderen. Als de vorm van die ooglens verandert dan verandert ook de sterkte ervan en dus de sterkte van het totale oog. In dit geval kunnen plus- en min-ogen minder sterk worden. Maar als de verandering tegenovergesteld gaat dan kan er ook meer sterkte bijkomen helaas. En als deze sterktes zich dan aan het veranderen zijn dan is dat helaas nooit permanent. Het oog zegt dan niet bij nul sterkte “STOP!”.

Tegen die tijd dat deze veranderingen gaande zijn moet er gedacht worden aan staar. Maar daar tegenwoordig gelukkig veel mee gedaan worden. Oogartsen kunnen zo’n ooglens dan tijdens een operatie verwisselen voor een nieuwe kunststof ooglens. Ze kunnen dan zelfs de sterkte van de ooglens aanpassen aan de sterkte van het oog. Maar dan voornamelijk voor één afstand, veraf of dichtbij. Maar net wat je belangrijk vindt.

Dus….. misschien klopt het broodje aap dan toch. Als we ouder worden dan worden onze sterktes beter. Ik weet dan alleen niet of er in dat verhaal rekening gehouden is met de tussenkomst van een oogarts.

Wil je meer over staar weten klik dan op deze link.